Filosofie

Spelen in De Speeldernis is spelen in een inspirerende omgeving, met en in de natuur. Speelnatuur zoals in De Speeldernis daagt uit tot beweging en vrij spel, kweekt verbondenheid met de leefomgeving door het contact met de natuur en helpt bij het ontwikkelen van enig milieubewustzijn. In De Speeldernis gaat het om leren-door-ervaren, om het ontwikkelen van motorische, sociale en zintuigelijke vaardigheden door interactie met de natuurlijke omgeving.

De volgende vier uitgangspunten vormen de basis van De Speeldernisgedachte:

1. Ontwikkeling
Natuurlijk-avontuurlijk spelen is van fundamenteel belang voor de gezonde psychische, motorische, emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen in alle leeftijden.

2. Vrij spelen
Er moet volop ruimte en mogelijkheid zijn voor vrij spelen met zo min mogelijk voorwaarden of beperkingen.

3. Inrichting
Voor een rijke natuurervaring is voldoende ruimte met een hoge natuurwaarde noodzakelijk. Natuur moet niet alleen decor voor het spel zijn, maar onderwerp ervan.

4. Risico’s
Uitdaging en risico’s zijn onlosmakelijk verbonden aan boeiend kinderspel en zij dienen door volwassenen geaccepteerd en gerespecteerd te worden. Kinderen moeten zelf kunnen leren hoe je omgaat met risico’s.

Ontwikkeling
Speelnatuur is goed voor de gezondheid en ontwikkeling van kinderen en biedt belangrijke voordelen boven traditionele speeltuinen. Voor die stelling is inmiddels brede wetenschappelijke steun. Onderzoek zoals dat van onder meer Van den Berg (2007) en White (2008, zie literatuurlijst) wijst uit dat speelnatuur belangrijke positieve effecten heeft op de ontwikkeling en gezondheid. In speelnatuur bewegen kinderen meer, gevarieerder en intensiever, hun stress vermindert en hun concentratie verbetert.
Ook voor de motorische ontwikkeling biedt speelnatuur belangrijke voordelen. Een klimboom met lage en hoge, dunne en dikke, levende en dode takken is heel anders om in te klimmen dan een klimrek met standaardafstanden tussen de spijlen. Op een terrein met veel oneffenheden zoals boomstronken en rotsen moeten kinderen alerter en gevarieerder bewegen dan op een vlak terrein. De grove motoriek wordt gestimuleerd door activiteiten als rennen, balanceren en klauteren. De fijne motoriek door het friemelen met bloemen, steentjes en kleine beestjes.

Vrij spel
In De Speeldernis staat vrij spel centraal. In het vrije spel zijn de eigen persoonlijkheid, de eigen (on-)mogelijkheden en de eigen fantasieën altijd het uitgangspunt. In het vrije spel leren kinderen hun eigen grenzen ontdekken en overstijgen, leren ze op hun eigen manier oorzaak en gevolg, samenwerken en conflicten oplossen.

Inrichting
De Speeldernis is een omgeving die natuurlijke materialen en inheemse beplanting combineert met verrassend vormgegeven reliëf, met het doel een complex samenspel van natuurlijke en inrichtingselementen te creëren. Kinderen kunnen delen van de tuin zelf vormgeven of veranderen takken, water, zand, leem of andere materialen die hun fantasie prikkelen.

Het speelwater dat door De Speeldernis stroomt wordt opgepompt van 36 meter diepte. Het heeft bijna drinkwaterkwaliteit, maar het is geen zwemwater. De tuin is zo ontworpen, dat het water zo lang mogelijk zichtbaar blijft. Het kronkelt van een heuvel langzaam naar de vijvers door verschillende biotopen: een snelle beek, een flauwe beek in een weiland, een moeras, steile oevers, schaduwoevers en vijvers met verschillende dieptes. Omwille van de veiligheid zijn de waterplassen voor kinderen jonger dan zes jaar niet dieper dan 20 cm. Voor kinderen boven de zes jaar zijn ze niet dieper dan 40cm.

Risico’s
Kinderen moeten de mogelijkheid krijgen om hun eigen uitdagingen te stellen, hun eigen grenzen te ontdekken en hun vaardigheden in hun eigen tempo te ontwikkelen. Het nemen van risico’s in het spel leert kinderen met het bekende te variëren en nieuwe, nog niet ontdekte ideeën uit te testen. Het is belangrijk dat kinderen beseffen dat de dingen die ze bereiken, door hun eigen wil en inzet tot stand zijn gekomen en hun eigen mogelijkheden reflecteren.

Bewegen is gezond maar vol risico. Daarom wordt het vaak met allerlei veiligheidsmaatregelen omgeven. Het is echter belangrijk te beseffen dat een bewegingstekort een veel groter risico vormt voor kinderen dan het bewegen zelf (Both, 2005). Het blijkt dat kinderen die veel in ‘gevaarlijke’ speelgebieden spelen, beter bewegen en beter risico’s inschatten dan hun leeftijdsgenoten, wat tot uiting komt in lager aantal ongevallen (Hoekstra, 2000). Er is een positief verband aangetoond tussen het nemen van risico’s en het algemeen welbevinden en het leersucces van kinderen. (Tovey, 2008, Hajer en Keesom, 2008). Risico’s nemen is dus een deel van het leven. Bulten, kneuzingen, struikelen en vallen zijn onderdeel van het leerproces. Door vallen en opstaan wordt men immers wijs.

Leren met en over natuur
De filosofie die ten grondslag ligt aan De Speeldernis is tevens het uitgangspunt voor onze educatieve programma’s. Ontdekken en ervaren staan daarbij centraal. Leren met je hart, je handen en je hoofd. Voor basisscholen in de Rotterdamse deelgemeente Noord verzorgt De Speeldernis sinds 2010 een aantal natuur- en milieueducatieprogramma’s, die met veel enthousiasme zijn ontvangen. Zie daarvoor Educatie